zaterdag 31 oktober 2015

Aan de Muze



Geef dat het kracht krijgt toch
wat gij mij schrijven doet
en tederheid, dat het niet louter
inkt blijft, enkel wendingen
waarin de geest niet waait
en niet de warmte is van ’t bloed,
dat het niet, het verharde niet beroerend,
alleen spreekt tot een week gemoed,
niet uit zwaveldampen is gesproken
van de drievoet, of in talen,
geen cryptogram wordt,
of een experiment enkel,
steriel en slechts bedacht,

maar laat, Muze, als sterke koffie
na een doorwaakte nacht,
als het geuren van linden op een juniavond
voor wie buitenkomt,
nadat hij het huis heeft moeten houden
de godganse dag,
de woorden zijn die gij in mij hebt laten opwellen,
wanneer het werk tenslotte is volbracht.


vrijdag 30 oktober 2015

Nieuwbouwwijk bij avond



 In het park klonken de late stemmen nog
van merels in de schemering,
van kinderspel en vrolijkheid.

Hier is het stil en nu snel donker
Aan het worden
Bij mijn terugkeer in de wijk.

Naast vrijwel elke eengezinswoning
staan nu twee auto's geparkeerd:
men is weer thuis.

De deuren zitten op het nachtslot,
rolluiken zijn neergelaten,
zodat de huizen in de straten wel verduisterd lijken
als in oorlogstijd;
wanneer je ergens aan zou bellen,
zou niemand opendoen:
hier wordt geen gast verbeid.