zaterdag 5 september 2015

Vroeg, wellicht enigszins sentimenteel, honden-begrafenisgedicht




Daar waar je eens de sneeuwklokjes vertrapt hebt,
jagend op de katten uit de buurt
en waar je, blaffend naar de postbode,
de narcissen geknakt hebt, Laelaps,
heb ik je begraven,
nu wreed de Dood me je gezelschap heeft ontroofd
en ik bemerk - me herinnerend met smart
hoe we op zomermiddagen nog kortgeleden
door de bossen dwaalden,
urenlang, als Actaeon met zijn honden eens,
na afloop van de jacht -
dat mijn gemoed nog niet volledig is verhard.

Vele jaren hebben ons meer met elkaars gewoonten
en elkanders stemmingen vertrouwd gemaakt dan met wat ook;
vaak, wanneer ik weende om mijn bitter lot,
kwam je, voorzichtig, wel wetende hoe wanhoop
om kan slaan in woede, naar me toe
en drukte je je snuit tegen mijn hand;
dikwijls, als ik op mijn kamertje studeerde,
of ’s zomers in de schaduw van een eik
wat verzen of historiƫn poogde te lezen,
maar me telkens af liet leiden
door de krekels of de mieren
die over een pad tussen de grassprieten marcheerden,
hield je op mijn bed of naast me
in het veld de wacht;
soms had je er plezier in onderwijl
de vogels bang te maken
en liet je tevergeefs je roepen;
wanneer je dorst gekregen had,
sloeg je gulzig met je tere tong
door een beuken-weerspiegelende regenplas;
zo heb ik jou, die nooit jezelf gekend hebt,
beter leren kennen dan het hart zichzelf.

Ik herinner me hoe je
als ik eens midden in de nacht
niet nuchter thuiskwam heel het huis wekte
met blij geblaf,
hoe er, als we op onze lange wandelingen
overvallen werden door een onweer,
door al het regenwater op je ruige vacht
niet veel meer van je overbleef dan een belachelijk scharminkel,
hoe je,  thuisgekomen,  druipend in de handdoek
waarmee ik je placht te drogen,
beefde in mijn armen;
dezelfde als in welke je gestorven bent
en waarmee ik je nu in de schaduw der seringen
heb begraven, achter in de tuin,
waarlangs nu ongestoord de postbode
zijn schreden richt, Laelaps,
zelfs stuif je niet meer op
wanneer een kat het waagt
een merel te besluipen
daar waar je nu ligt.