zondag 22 maart 2015

Pastorale

De zon stond hoog
't was midden op de dag
we stapten uit een vrachtwagen
en slenterden door een gehucht
ergens aan een provinciale weg
niet ver van de E8
waarlangs we in een weide lagen
toen ons het verder liften
niet meer wilde lukken
en we de nauwelijks nog rijpe bramen aten
die je langs de weg kon plukken

o ik me herinner me nu nog hun wrange smaak
en het gefonkel van de wijn
die we opdronken onder de wilgen
en gestolen hadden uit een zelfbedieningszaak
het natte gras waarvan de kilte
langzaam opgestegen was
in onze beenderen
terwijl we in gedachte door de gaarden gingen
die waren afgebeeld op 't etiket
hoe we - reeds was de fles geleegd
wat verderop hoorden we soms geblaat -
daar in de schaduw uitgestrekt
ons herders uit de oudheid waanden
die hun kudden naar de bron hebben gebracht
een hommel gonsde om ons heen
de zon stond hoog
't was midden op de dag

donderdag 19 maart 2015

Nadering school




Ontworpen zonder enige kunstzinnige pretentie,
slechts functioneel bedoeld,
en een gevaarsaanduiding
was je, echt een verkeersbord,
met je rode rand,
je vorm van een driehoek
en je witte veld,
maar je zwarte symbolen:
een meisje met een paardenstaart,
een jongen, wat groter,
met een boekentas,
die beiden hollen
- bij het horen van de bel misschien
of omdat de school zojuist is uitgegaan -
in de richting van de straat
waarop je rijdt -
je zwarte symbolen
- teruggezien nu op een foto
want uit het straatbeeld lang verdwenen -
riepen lange tijd sterker dan wat ook
in volle zintuiglijkheid
de lang vervlogen jaren van de lagere school
weer in je op:
de broederschool voor jongens,
de hoge klaslokalen
met hun wandkaarten vol natuurlijke historie en geschiedenis,
de geur van inkt en potloodslijpsel,
als je na de grote vakantie, in september pas,
weergekeerd was in de klas,
je korte broek, de tinnen soldaatjes
waarmee je hele veldslagen naspeelde,
je merelgelijke huppelpas,
de kilometertellers van de auto’s
- in die dagen nog geen algemeen bezit -
waar je onderweg van school naar huis
op keek hoe hard ze wel niet konden
- je kende alle merken in die tijd -,
de je ingeprente angst voor kinderlokkers,
de korsten op je knieën
wanneer je was gevallen,
de vrije woensdagmiddagen,
de lange wolkenloze zomers
met libelles in de tuin
en limonade,
de waterijslollies
uit de bij opening dampende diepvriezer
op de stoep van de bakkerswinkel,
die, eenmaal ontdaan van hun papieren wikkels,
de kleur hadden van tere hondentongen. 

Op een kwade dag verdween je plotseling rond schoolgebouwen
met je tot weemoed stemmende silhouetten,
en werden tous les garçons et les filles in je witte veld
vervangen door 'genderneutrale' pictogrammen
- navolging van Scandinavisch politiek correct beleid -
en ging al bijna definitief een spons
over het volgeschreven schoolbord van je verloren kindertijd.




                                                                                                                     

Tous les garçons et les filles is de titel van een liedje van de Franse zangeres Françoise Hardie, dat vertelt over de jaloezie van een meisje zonder vriendje op de stelletjes om haar heen. Het lied werd op tv uitgezonden op de avond van 20 oktober 1962 tijdens een muzikaal intermezzo van een verkiezingsreferendum. Hierna werd het snel een succes.
http://vimeo.com/60057699

zondag 15 maart 2015

Op een begraafplaats




Vanmiddag als nog levende het kerkhof bezocht
Waar mijn ouders liggen begraven,
Al weer lang geleden heengegaan,
En tegelijk ook onder de doden wat leven gewrocht
Door er - twee vliegen in één klap - mijn honden uit te laten.

Wat een tegenstelling met de grijze ernst der graven
Toen ik ze op de dodenakker vrolijk
Over de begrinte paden met hun rododendrons
Achter de merels aan liet draven.

Tegelijk me er weer van bewust:
Roemrijk en vurig bemind ooit
Of flets en nimmer gekust:
Hier vindt een ieder tenslotte
- In de tien jaar tot hij geruimd wordt -
Zijn ‘eeuwige rust’.

En of je leven nu grillig was
Of aangeharkt als hier de perken
Hier prijken, in marmer gehouwen,
Overal dezelfde clichés op de zerken:
De doden waren zorgzaam en lief,
Aan hen allen zal men altijd blijven denken,
Maar een persoonlijk woord kon er nergens af
Waarmee men een van hen even
- Als mijn honden nu aan deze plek -
Leven nog had kunnen schenken,
Want wie hier begraven ligt - waf, blaf -
Bleef conformist tot in het graf.