Vanmiddag als nog levende het kerkhof bezocht
Waar mijn ouders liggen begraven,
Al weer lang geleden heengegaan,
En tegelijk ook onder de doden wat leven gewrocht
Door er - twee vliegen in één klap - mijn honden uit te
laten.
Wat een tegenstelling met de grijze ernst der graven
Toen ik ze op de dodenakker vrolijk
Over de begrinte paden met hun rododendrons
Achter de merels aan liet draven.
Tegelijk me er weer van bewust:
Roemrijk en vurig bemind ooit
Of flets en nimmer gekust:
Hier vindt een ieder tenslotte
- In de tien jaar tot hij geruimd wordt -
Zijn ‘eeuwige rust’.
En of je leven nu grillig was
Of aangeharkt als hier de perken
Hier prijken, in marmer gehouwen,
Overal dezelfde clichés op de zerken:
De doden waren zorgzaam en lief,
Aan hen allen zal men altijd blijven denken,
Maar een persoonlijk woord kon er nergens af
Waarmee men een van hen even
- Als mijn honden nu aan deze plek -
Leven nog had kunnen schenken,
- Als mijn honden nu aan deze plek -
Leven nog had kunnen schenken,
Want wie hier begraven ligt - waf, blaf -
Bleef conformist tot in het graf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten