Die avond kwam ik op mijn
fiets het dorp ingereden,
Im wunderschönen Monat Mai
- De weerhaan blonk in de
strakblauwe lucht,
Seringen geurden weer vol
kracht -
Ik was het me niet eens
bewust:
Om acht uur werden de
gevallenen herdacht -
Zij die steeds langer reeds
geleden
- Maar nog jongelingen als
soldaat -
Hun enig leven schonken
Voor de verplettering
van het absolute kwaad.
Er waren in de stilte
Stemmen van lijsters
In de avondstond,
Bloesems van
paardenkastanjes.
Sober werd met een
trompetsignaal
Het plaatselijk verzet weer
even in herinnering gebracht,
Geallieerde strijders,
Hooguit een jaar of twintig,
Gevallen toen de lijster even
lyrisch was als nu,
De meimaand even zacht.
Nooit heb ik de liefde voor
het leven in mijn borst zo fel gevoeld
Als toen, niet de prijs der
vrijheid ooit zo hoog geacht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten