A SENSE OF MORTALITY
(Lamento
voor een populierenlaan)
Die lange, hoogdoorruiste populierenlaan
Die werd
geveld:
Daar is het
mee begonnen,
De
bezetting van ons land
Met
nieuwbouw,
Snelwegen,
bedrijventerreinen;
De tirannie
van de bestuurders.
De
kettingzagen kwamen
- ze legden
kilometers af -,
De
bulldozers,
De storters
van het asfalt,
Hoe lang
geleden reeds!
Ik liep nog
in een korte broek.
Die
kilometerslange populierenlaan,
Die ik
ontdekt had
Op eenzame
fietstochtjes
Niet eens
zo ver van huis,
In zomers
vol van het gezoem van hommels
En
bladerengesuizel,
Die lange,
onverharde laan,
Waar het zo
stil was,
Dat het je
soms bang te moede werd
En deed
aarzelen verder te gaan,
Waar je
niet verbaasd zou zijn de bokspoot Pan te zien verschijnen,
Die
eindeloze laan temidden van veldboeketbeladen beemden,
Waar nu de
auto’s
Van de
‘hardwerkende Nederlanders’
Altijd in
de file staan.
Wie denkt
er ooit nog aan?
Die lange,
hoogdoorruiste laan
- Ik heb
het wel eens nagevraagd: niemand kan zich haar nog heugen -
Zij blijft
- maar voor hoe lang nog? -
In mijn
herinnering slechts voortbestaan
- een spook
gelijk, dat soms rondwaart in een oude hoeve -,
Die
eindeloze, omgezaagde, zoete abelenbaan.
![]() |
| Foto: Rinus Manders, Populierenlaan in het buitengebied van Gemert |

Geen opmerkingen:
Een reactie posten