Eindelijk zomer
eindelijk toont ons
de wolkenvergaarder
lang achtereen weer
zijn strakblauw verblijf
en wordt de zeis weer
gewet, de flitspuit gevuld
de maïs groeit
weer voeden weiden
jonge, graag-dravende paarden
in de bermen staan
met hun purperen helmbos de distels
de kastanje zwelt in
zijn stekelige vrucht
in keuken en moestuin
verschijnen strohoed
en snijbonenmolen
weer keren alle
schakeringen groen in de groenten
onder het mes dat ze
hakt
stil is het ’s
middags op straat
sprinkhanen komen op
lakens die hangen te drogen
er wordt een hor voor
de ramen geplaatst
en ’s avonds wekt een
plots onweer
verkwikkende schrik
in het reeds al te kalm hart.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten